
Waarom 253,7 nm het ‘magische getal’ is
In ons laboratorium gebruiken we niet zomaar de term ‘UV-C’. Dat is te vaag. Wij richten ons op een specifiek golflengte van 253,7 nm.
Waarom? Omdat dit precies de golflengte is waarop DNA en RNA de meeste energie opnemen. Als de lamp ook maar iets van deze golflengte afwijkt, dan verlies je juist datgene wat nodig is om sterilisatie mogelijk te maken. Om deze energie behouden te houden, gebruiken we speciaal gekleurd kwartsglas. Als het glas niet goed is, zal het de energie eerder opnemen dan dat deze het doel bereikt.
Het probleem met ozon
Er moet een balans worden gevonden tussen intensiteit en veiligheid. We willen natuurlijk een hoge intensiteit, maar we willen geen giftige omgeving creëren.
De meeste desinfectielampen werken op een golflengte van 254 nm, zodat ze ver weg blijven van de golflengte van 185 nm. Op die kortere golflengte reageert het zuurstof in de lucht tot ozon. Ozon is goed om oppervlakken te reinigen, maar het is schadelijk voor de longen. We passen onze kathoden aan om deze kortere golflengten te elimineren. Op die manier is de lucht weer veilig om in te ademen wanneer het apparaat uit is.
Raak de bedrading niet aan
Je kunt deze apparaten niet zomaar in een standaard stopcontact steken en hopen op het beste resultaat.
We gebruiken sensoren om lekken van UV-straling te detecteren. Als de bescherming faalt of iemand een deur opent, wordt de stroom onmiddellijk onderbroken. Je wilt immers niet blootgesteld worden aan 254 nm-straling. Directe blootstelling kan leiden tot fotokeratitis – oftewel een soort zonnebrand op je ogen. Dit gebeurt in seconden. Het is een nachtmerrie.
We gebruiken ook hoogwaardig gefuseerd kwartsglas voor de buitenlaag van de lamp. Dit glas kan de temperaturenveranderingen weerstaan zonder te barsten of troebel te worden. Goedkoper glas wordt ‘gezonlicht’, waardoor het een melkwitte kleur krijgt. Zodra dit gebeurt, werkt de lamp niet meer.
Op de lange termijn: intensiteit versus levensduur
Het is verleidelijk om de vermogenssterkte te verhogen om een ruimte sneller te kunnen desinfecteren. Maar hier zit een nadeel. Als de lamp op maximale vermogenssterkte werkt, gaan de elektroden veel te snel kapot. We hebben ontdekt dat een optimale vermogenssterkte rond de 80% van het maximale niveau ligt. Natuurlijk duurt het dan langer om een ruimte te desinfecteren, maar je hoeft dan ook geen tubes elke paar maanden te vervangen.
Zorg er wel voor dat de ballasten overeenkomen met de stroombehoeften van de lamp. Anders kan het gebeuren dat de stops oververhit raken. Niemand wil dat.